#-1, Moments before…

As part of my research at the Ghent School of Arts, I have written a composition for string orchestra, solo violin, harp and percussion, as a part of a program with a dramaturgical concept I have made.  Some introduction in the video below (in Dutch) and the program notes (by Régis Dragonetti).

#-1 of de digitale zondvloed

Programmablaadje @concertganger

Hedenavond: @symfonieorkest speelt ‘Hashtag minus one’!!! #-1 #ecologie #digitalerevolutie #muziek

Excuus, beste concertganger. U heeft nog maar net uw smartphone uitgezet, of we overladen u alweer met #hashtags en @penstaarten. Goed, het tweetje hierboven verteert u misschien nog wel. Maar zegt u eens eerlijk: bent u nog helemaal mee? Artificiële intelligentie, big datablockchainbitcoin… De digitale revolutie is ongetwijfeld een triomf van menselijk vernuft, maar in al haar complexiteit dreigt ze ons soms het zicht te benemen. Heeft de Verlichte mens zich dan werkelijk uit de duistere middeleeuwen opgericht om aan het begin van de 21ste eeuw opnieuw te verdwalen in een ondoordringbaar wereldwijd web?

Componist Joris Blanckaert is zich maar wat bewust van het feit dat heel wat mensen de technologische opmars niet meer kunnen bijbenen. Erger nog, enkel het klimaat lijkt dezer dagen nog gelijke tred te houden. De titel van zijn werk Moments Before… wijst op een kantelpunt. Zelf spreekt hij van een min-één-moment. Het avondprogramma #-1 (lees: hashtag minus one) valt in die zin op te vatten als de kroniek van een zondvloed. Blanckaerts piece de résistance fungeert daarbij als een scharnier tussen de jeugdige naïviteit van Barber en Elgar en het post-apocalyptische Tabula Rasa van Arvo Pärt.

Om dat verhaal zo krachtig mogelijk te vertellen wordt de muziek ondersteund door een videomontage en belichting. Drie fases worden doorlopen: van naïef optimisme tot een tomeloos accelererende groei die uiteindelijk ten onder gaat aan haar eigen ambities, om te eindigen bij een wit blad. We maken een tijdperk mee zonder voorgaande en daarmee gaan ook een aantal klassieke geplogenheden op de schop: geen welkomstapplaus, geen buigingen, geen ceremonieel.

Fase I: Naïviteit

Amper zesentwintig jaar was Samuel Barber, toen hij zijn bekendste werk schreef. In tegenstelling tot veel van zijn tijdgenoten was de componist geen muzikale hemelbestormer. De beladen toonspraak van het Adagio for strings kijkt in tegendeel terug naar de romantiek. Verder vond de melancholisch gestemde Barber inspiratie in deGeorgica van de Romeinse schrijver Vergilius, een leerdicht over het boerenleven. Met het thema van de avond in het achterhoofd lijkt volgend vers uit het eerste boek alvast extra mee te resoneren. ‘Wie zou durven zeggen dat de zon ons voorliegt? Dikwijls waarschuwt ze ons voor toekomstig verborgen onheil.’

Serenade for Strings was Edward Elgars eerste stuk waar hij zelf tevreden over was. Het karakteristieke septieminterval zou hij trouwens ook in zijn later carrière blijven gebruiken. Toch stralen de drie deeltjes jeugdige vitaliteit uit. Vijvendertig is weliswaar niet piepjong maar Elgar was een laatbloeier en bovendien is deSerenade wellicht gebaseerd op een nog vroeger werk. Net als bij Barber hangt er trouwens een landelijke reukje aan, die van de Engelse countryside. Het algemene karakter is best opgeruimd te noemen, al schemeren her en der ook herfstige kleuren in het gebladerte.

Fase II: Moments Before…

Het onderdrukte moderne onbehagen van Barber en Elgar lanceert ons vervolgens in het hart van de digitale revolutie. Componist Joris Blanckaert ziet vandaag almaar meer mensen uit de boot vallen. Enkel een slinkende groep technologische ingewijden kan nog het hoofd boven water houden. Dat sociale onderscheid manifesteert zich in Moments Before… ook op het podium. In de drie solisten zou je de elite kunnen zien. Zij kunnen het overzicht bewaren, hebben de kans om te schitteren en zwaaien de plak. Het orkest daarentegen moet krassen om bij te blijven. Iedere muzikant zit op zijn geïsoleerde eilandje, lijkt in alle vrijheid persoonlijke keuzes te kunnen maken, maar zit in werkelijkheid opgesloten in een algoritmisch stramien en wordt bovendien opgejaagd door een steeds sneller tikkende klok. In zijn struggle for life is er zelfs geen plaats voor vestimentaire schijn.

Het eerste deel vangt aan met lange notenwaarden. Deze initiële rust wordt beetje bij beetje verstoord. Kleine muzikale schokjes onder de vorm van dissonante drieklank arpeggio’s stapelen zich op en zwellen aan tot een niets ontziende golf, die alles en iedereen overspoelt. Zelfs de zeldzame zwemmers, om het nog eens met Vergilius te zeggen, gaan finaal kopje onder. In het tweede deel dan rest nog de zee. In het licht van een ecologische ramp hoeft die niet eens metaforisch uit te pakken. Slechts de golven zijn nu nog hoorbaar, terwijl onze voetsporen op het strand langzaam worden uitgewist. De altviool eindigt op de noot waarmee Pärts Tabula rasa aanvangt.

Fase III: Tabula rasa

Tabula rasa, Latijn voor ‘schoongeveegd wastablet’, presenteert zich als een doordruk van Moments Before…Ook Arvo Pärts stuk valt namelijk uiteen in een dynamisch eerste deel (Ludus of Spel) en een ingetogen tweede deel (Silentium of Stilte), al mogen de strijkers nu hoopvoller gestemd klinken. Pärt schreef het werk na een lange periode van artistieke bezinning. De Estse toondichter toont zich daarbij een klassiek mysticus. De ijdelheid van de wereld wordt beantwoord met ingetogen stilte, die van een rustig innerlijk landschap moet getuigen. De belangrijkste bouwstenen zijn in dit geval consonante drieklanken en eenvoudige toonladders, overeenkomstig Pärts zogenaamde tintinnabulistijl. Het laatste deel kenmerkt zich ten slotte door een statische stapsgewijze melodie, net zoals we die bij Barber hebben gehoord. Een nieuw begin, of terug naar af in een oneindige herhaling van de geschiedenis?

 

 

 

Advertisements